
Ik heb er een week werken rond het prentenboek: 'Tito die zijn neus kwijtspeelde ' opzitten.
Het was bij een nieuwe doelgroep. Met peuters had ik nog niet gewerkt. Tito had ik al wel gebruikt voor mijn leeskast en de daarbij horende verteltas. het is een boek met veel mogelijkheden.
Mijn inspiratie vond ik bij De Taallijn, Spiegeltje, spiegeltje, Peuterprikkels en mezelf.
Bij de peuters kan je al climmig werken. Maar taal toetsen kan niet echt. Volgens mij is het een proces dat zeker in dat stadium nog in volle ontwikkeling is. Je kan hen wel helpen in de ontwikkeling door aan te moedigen, aan te bieden, te verleiden tot talige activiteiten, waaronder ik alle activiteiten versta. Ze gebruiken taal om iets te vragen, de aandacht te krijgen en om te bevestigen. Bij de vraag : Zal iemand het papier in de papiermand doen? Hoor je: 'Line' door zichzelf gezegd. Je kan ook werken aan zelfbeeld en diversiteit door de peuters te laten horen dat ze die handeling al goed kunnen. Enerzijds stimuleer je ze dan om het nog te doen en anderzijds horen ze zo wat ze al goed kunnen. Samen spelen ze niet echt en toch houden ze rekening met elkaar. Bij het vormen in Tito zijn broek passen, werd er even gewacht. Toch mocht het niet te lang duren. Leuk om te zien hoe ze samen een paadje maakten met de matjes. Iemand legde een matje en de anderen volgden. Daarna werd er enkel op de matjes gestapt.

Bij de spiegel hebben we ook leuke momenten beleefd. Peuters trekken geen gekke bekken voor de spiegel, maar vroegen of ik het boze en verdrietige Tito wilde uitbeelden. 'Traan' werd er dan gezegd.En : 'Nog!Nog!
heel speciaal was dat ze bij de gevoelsmannetjes ook een naam van een kind zeiden. En telkens bij hetzelfde prentje hetzelfde kind. Ik vond de associatie niet echt.
We sloten de week af met een feestje: zeepbellen blazen, koekjes bakken en vooral gevoelens bij de spiegel; Het was een echt gevoelensdagje. Smakelijk!
